ravage

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. schade, verwoesting
    Het opruimen van de ravage gaat volgens de terreinbeheerder nog wel een week of zes duren. Daarbij worden niet alleen de gevelde bomen en takken in stukken gezaagd en afgevoerd. Tubantia 26-01-18, [https://www.tubantia.nl/almelo/nog-wekenlang-last-van-naweeeneuml-n-januaristorm-in-almelo~a74b8bf6/ Nog wekenlang last van naweeën januaristorm in Almelo]
    Bij de inbraak is een flinke ravage aangericht.

Etymologie

*afgeleid van het Franse ravage () [https://fr.wiktionary.org/wiki/ravage Wiktionnaire]

Vertalingen

Engelshavoc, ravage
Fransravage
DuitsSchaden, Verwüstung
Spaansruina