rariteit

vrouwelijk (de)/rari'tɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. van een voorwerp dat het bijzonder en zeldzaam is, maar geen kunstzinnige of wetenschappelijke waarde heeft
    Een podiumbeest als Grace ­Jones verdient een band die meer risico’s durft te nemen. Ze verdient een show die haar talenten écht in de verf zet en het freak­showgehalte overstijgt. Want voor een bijna zeventigjarige heeft ­Jones een droom van een strak lijf; ze kronkelde als een slang over het podium en stond negen minuten aan een stuk te hoelahoepen. En ze liet horen dat haar stem nog evenveel kracht heeft als in 1981. Toch hadden we het gevoel dat we naar een rariteit zaten te kijken, en niet naar een waardig ouder wordende superster. de Standaard ZATERDAG 8 JULI 2017
    Hoewel veel festivalgangers er al een heftige feestavond op hebben zitten, staan ze vandaag weer klaar voor de eerste volle festivaldag van de Zwarte Cross. Onze razende reporter Robbert Boeijink doet live verslag van de optredens, stunts en andere rariteiten op het terrein. Wie (en wat) zal hij allemaal tegenkomen? Tubantia 14-juli-2017

Etymologie

*afgeleid van raar

Vertalingen

Engelscuriosity