rarigheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets dat vreemds is; iets dat raar is; iets dat gek is
    'Goh, wat een domoor ben jij zeg. Grapje.' Als ik in een laffe bui ben, zet ik het ironisch bedoelde wel eens tussen aanhalingstekens. Rutte is een 'uitstekende' politicus. Maar die rarigheden lossen mijn probleem van het gebrek aan ironie op internet niet op. Het Parool THEODOR HOLMAN 28 DECEMBER 2013 [https://www.parool.nl/opinie/-wat-ben-jij-een-domoor-grapje~a3568957/ Wat ben jij een domoor grapje]
    Kneiterkoekwous natuurlijk, die Berdimuhamedow, en iedere dictator die rarigheden oplegt, dient uiteraard te worden veroordeeld. Toch kon ik een glimlachje niet onderdrukken. Het Parool ROOS SCHLIKKER 13 JANUARI 2018 [https://www.parool.nl/opinie/kneiter-koekwous-die-berdimuhamedow~a4556668/ Kneiterkoekwous, die Berdimuhamedow]
    Hij en anderen zeiden niet: ,Het werk van die Grieken lees ik niet want ze geloofden in zo veel goden. Allemaal rarigheid.” Nee, de kracht van de bloeiperiode van de islam was dat men openstond voor anderen en op hun gedachtegoed reflecteerde.” Reformatorisch Dagblad Jacob Hoekman 13-10-2012 [https://www.rd.nl/meer-rd/onderwijs/islamitische-school-laat-evolutietheorie-links-liggen-1.692352 Islamitische school laat evolutietheorie links liggen]

Etymologie

* afleiding van raar

Vertalingen

Engelsoddity, strangeness, quirk