range

mannelijk (de)/rentʃ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. hoe ver iets kan komen
    Het resultaat van dit project is een pilot waarbij de partners de eerste elektrisch aangedreven vuilniswagen demonstreren die middels een waterstof range extender een range van minimaal 250 km bereikt.
  2. variatie in grootte tussen een onder- en een bovengrens
    Gemiddeld hebben de docenten 15 jaar ervaring als NT2-docent, variërend van 1 tot 30 jaar en 10 jaar als alfabetiserings-docent, met eveneens een range van 30 jaar.
  3. statistiek (statistiek) verschil in waarde tussen de hoogste en laagste meting
    Er is, behalve beschrijvende statistiek (frequenties, typen gemiddelden, standaardafwijking, de range en vergelijkbare maten van een verdeling), verkennende en toetsende statistiek.
  4. variatie binnen begrenzingen
    Voor een verdere aftasting zou mijn hypothese zijn dat Shakespeares figuren - die onderling een enorme range van mensentypen laten zien - het best begrepen kunnen worden vanuit het klassiek theologische figuraal-denken (…).

Etymologie

*van "range"