bereik

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de afstand die afgelegd kan worden, de invloed die uitgeoefend kan worden
    Wat is het bereik van je nieuwe auto?
    Het bereik van deze krant is heel groot
  2. beschikbaar zijn van een bruikbaar wifi- of gsm-signaal
    Hier in de uitgestrekte woestijn was er weinig tot geen internetverbinding, maar zodra ik een hoge bergpas overliep checkte ik altijd even of er daar misschien wél bereik was doordat er een stad in de verte lag.

Uitdrukkingen

  • buiten het bereik liggente moeilijk voor iemand om te doen

Vertalingen

Engelsrange, reach
Spaansalcance
Poolszasieg