rallen

/ˈrɑlə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. verouderd (verouderd) praten zonder ernstige bedoelingen
    Laet elk van schoone steden rallen,Ik acht de beste steê van allen,Daer slechts de mensche liefst mag zijn,Schoon s'in sich selfs niet heerlik schijn.
zelfstandig naamwoord
  1. kraanvogelachtigen (kraanvogelachtigen) een familie van vogels uit de orde kraanvogelachtigen (Gruiformes). Deze familie van omnivore moeras- en watervogels telt ongeveer 150 soorten. Op grond van moleculair genetisch onderzoek zijn de inzichten over de indeling in geslachten en soorten sinds 2012 sterk gewijzigd

Etymologie

*: "ral" met de uitgang -en