kletsen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov, ditr (ov) (ditr) iemand een klets geven, iemand slaan
    Ze kletste hem een plas ijskoud water in het gezicht.
  2. inerg (inerg) op een informele manier praten
    Hij kwam bij me zitten op het terras, en we kletsten wat.
    Iedereen vierde het feit dat de woestijn eindelijk achter de rug was door dagenlang bij te kletsen en te drinken.
  3. inerg (inerg) onzin vertellen
    Je kletst maar wat!

Etymologie

* In de betekenis van ‘geluid maken’ voor het eerst aangetroffen in 1635

Uitdrukkingen

  • ze kletsen wat af

Vertalingen

Engelschat, chatter, babble
Fransbavarder
Duitsplaudern, plauschen, schwatzen
Spaanscharlar, charlatanear, comadrear
Italiaanschiacchierare
Portugeesgrulhar, palrar, parolar
Russischболтать
Poolsgawędzić
Zweedsprata, snacka
Deenshyggesnakke, sludre, småsnakke