keuvelen
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) gezellig praten zonder al te veel diepgangDe zussen waren weer lekker met elkaar aan het keuvelen.
Etymologie
* In de betekenis van ‘babbelen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1724
Vertalingen
Engelschat, natter
Franscauser
Duitserzählen, plaudern
Spaanscharlar
Russischболтать, трепаться
Deenshyggesnakke, sludre, småsnakke
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek