woorden
boek
Start
›
R
›
rabbelaar
rabbelaar
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
iemand die veel praat m.n. van advocaten
Etymologie
* van rabbelen
Synoniemen
kletskous
praatjesmaker
zwetser
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← rabbel
rabbelaars →