raadgever

mannelijk (de)/ˈratxevər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) iemand die ergens raad over geeft
    Ik wil later beslist raadgever worden.
    En als nu de zogenaamde raadgevers van de KGB, of was het de NKVD in die tijd, die achter de schermen aan de touwtjes trokken bij het Slânskj-proces, als schurken werden bestempeld, dan werd ook de Sovjet-Unie schurkachtig genoemd, of niet? Tot zover knikte iedereen bedachtzaam instemmend.

Etymologie

*Samenstellende afleiding van raad en de stam van geven

Vertalingen

Engelscounsellor
Spaansconsejero