ra

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheepvaart (scheepvaart) op klassieke dwarsgetuigde zeilschepen: een aan de mast bevestigde, horizontaal draaibare boom waar onder een zeil gezet kan worden
tussenwerpsel
  1. raad eens, (altijd tweemaal: ra, ra) een verkorting van de gebiedende wijs van "raden"
    Ra, ra, wie komt er vanavond op bezoek?

Uitdrukkingen

  • aan de hoogste ra hangen

Vertalingen

Engelsyard
Fransvergue
DuitsRah
Spaansverga
Russischрея, рей
Zweeds
Deens