quatre-mains
mannelijk (de)/ˌkɑtrəˈmɛ̃/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziek) het bespelen van een klavierinstrument met twee personenZij brachten een quatre-mains ten gehore.Op vrijdagochtend had ik twee getalenteerde pianoleerlingen. Een gepensioneerde eeneiige tweeling. Ik liet ze uitsluitend quatre-mains spelen, Diabelli, Beethoven en Mozart. {{Aut|Sandes, David
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vierhandig’ voor het eerst aangetroffen in 1847
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek