puinhoop

mannelijk (de)/pœyn(h)op/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een hoop puin, meestal door de verwoesting van bouwwerken
    Het bombardement liet van deze stad niet meer dan puinhopen over.
  2. een bende, een rommel
    Na deze periode van wanbeleid was de economie een grote puinhoop.

Vertalingen

Engelsheap of rubbish, heap of rubble, ruins
Fransdécombres, pagaille
DuitsSchutthaufen, Trümmerhaufen, Durcheinander
Spaansescombrera, ruina, desorden