psycholoog
mannelijk (de)/ˌpsixoˈlox/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep), (psychologie) een beoefenaar van de psychologieDe negentiende-eeuwse Amerikaanse psycholoog G. Stanley Hall merkte bijvoorbeeld ooit op dat enig kind zijn 'een ziekte op zichzelf' is.Dat leeftijdsverschil zou er ook nog voor kunnen zorgen, zegt een Nederlandse psycholoog wanneer ik haar de hypothese van die twee Amerikaanse wetenschappers voorleg, dat kinderen uit hetzelfde gezin vaak specifieke rollen krijgen toebedeeld.'Nieuwe vaders en moeders', schreef een psycholoog die begin jaren tachtig de balans van het onderzoek naar ouderschap opmaakte, 'rapporteren dat ze slaaptijd, televisietijd, sekstijd en zelfs wc-tijd tekortkomen', met dank aan hun borelingen.
- hulpverlener die mensen helpt bij psychische problemenDe psycholoog probeerde zijn patiënt te doorgronden.Misschien had ik beter naar een een psycholoog kunnen gaan.
Vertalingen
Engelspsychologist
Franspsychologue
DuitsPsychologe
Spaanspsicólogo, sicólogo
Italiaanspsicologo
Zweedspsykolog
Deenspsykolog
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek