psychedelicum

/ˌpsixəˈdelikʏm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) stof die een bewustzijnsverruimende werking heeft, gebruikt als genotmiddel
    Momenteel buigt de Hoge Raad zich over het invoeren van ayahuasca – een psychedelicum uit de Amazone dat de laatste jaren aan populariteit heeft gewonnen in Nederland – om gebruikt te worden voor religieuze doeleinden.
    Een psychedelicum doet in feite niks anders dan de ene illusie door de andere vervangen.

Etymologie

*pseudo Latijnse leenvertaling van "psychedelic" , aangetroffen vanaf 1966