primula

mannelijk/vrouwelijk (de)/'primyla/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. sleutelbloem, een bloem die vroeg in het voorjaar bloeit
    Tripodi's team heeft dus een sojaplant ontwikkeld die dankzij twee extra genen (afkomstig uit primula en uit een paddenstoel) stoffen (SDA) maakt die beter in de juiste omega-3 vetzuren worden omgezet, en die gekruist met de beste Roundup Ready soja. 'Het heeft ons 12 jaar gekost, maar het product is nu in fase vier, en vrijwel klaar voor de markt.' Volkskrant BEN VAN RAAIJ 5 november 2011
    Inwisselbaar is het logo allerminst, meent de conrector. „Het is niet zomaar een plaatje.” In het logo komt het oude embleem terug van de sleutelbloem, de primula veris, met de kleuren purper, goud en groen. Purper voor vorstelijk gedrag. Goud voor het adellijke karakter. Groen voor de verwachting en de toekomst. De bloembladeren zijn getransformeerd tot menselijke figuren die vanuit de school de wereld met open armen tegemoet treden. En onder dat alles is nog altijd de negentig jaar oude lijfspreuk van de school te lezen: Het pad der rechtvaardigen is als de morgenglans. NRC Arjen Schreuder 25 juni 2010

Etymologie

* Leenwoord uit wetenschappelijk Latijn "primula" lett. “eersteling”, bedacht door de Zweedse botanicus [https://nl.wikipedia.org/wiki/Carl_Linnaeus Carl Linnaeus] (1707-1778), in de betekenis van ‘plantengeslacht’ voor het eerst aangetroffen in 1777

Vertalingen

Engelsprimrose, cowslip
Fransprimevère
DuitsPrimel, Schlüsselblume
Spaansprimula
Italiaansprimula
Portugeesprimula, primavera
Russischпри́мула, первоцве́т
Poolsprimula, nøkleblom, prymula