Sleutelbloem
vrouwelijk (de)/'sløtəlblum/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) een geslacht van meer dan 500 soorten laaggroeiende planten uit de sleutelbloemfamilie (). Sommige soorten worden gekweekt vanwege hun decoratieve bloemen. overblijvende soorten bloeien in het voorjaar. De kleur van de bloemen varieert van paars, geel, rood en roze tot witIk speurde ook altijd naar slapende vlinders op de sleutelbloemen en vlinderstruiken, hun vleugels samengeknepen, verzwaard door dauwdruppels. {{Aut | Vantoortelboom, JanHet nieuwe stuk grond gaat deel uitmaken van de herstelwerkzaamheden van de Snoeijinksbeek waarmee Natuurmonumenten momenteel bezig is.De natuurorganisatie hoopt dat in het gebied de slanke sleutelbloem en de bosanemoon zich zullen vestigen. Ook de kamsalamander kan zich hier weer gaan settelen. Tubantia 26-mei-2016
Etymologie
* In de betekenis van ‘primula’ voor het eerst aangetroffen in 1514
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek