primaatschap
onzijdig (het)/priˈmatsxɑp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- ambt of de functie van primaat, het (pauselijke) oppergezag
- het hebben van een recht van eerste keus, een voorrang
Etymologie
*afgeleid van primaat
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek