pressen

/ˈprɛsə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) met kracht samendrukken
    (…) het was gelooid maar nog geen keihard zoolleer, daarom werd het met nagels aan rekken gehangen en op de droogzolder gezet. Halfdroog op malkaar onder gewichten gelegd om niet op te krullen, zelfs twee tot driemaal herophangen en nadien weer pressen om het leer absoluut effen plat te krijgen.
    Wij, mannen, zijn stom, bekrompen, achterlijk genoeg, ons nog in harnassen te pressen.
  2. uitpersen (van vocht)
    't Gezigtje zoo styf in de tressen,Als waer er azyn uit te pressen.
  3. persen van kledingstukken
    De leermeistjes plooiden in 't mangelhuis bij de mangel: drie houten rollen die wij overhands met de hand moesten draaien om 't wasgoed, allee ‘'t platgoed’ te pressen: lakens, ammelakens, servietten en zakneusdoeken.
  4. haar met behulp van een verhitte kam ontkrullen
    Voor mensen met kroeshaar was de vetkuif een lastige mode. Het haar moest ervoor ‘geprest’ worden; een pijnlijk proces waar hete kammen, vaseline en twee eieren bij gebruikt werden.
    Suave Concentrate heft onmiddellijk het verlies aan natuurlijke oliën van het haar op, dat te wijten is aan het pressen, straighten, shampooneren met sterke shampoo soorten of de invloeden van zon, wind en water.
  5. figuurlijk (figuurlijk) onder druk zetten om iets te doen
    Mensen zijn huiverig om hun kinderen te vragen meer te doen. „Je gaat toch niet je kinderen pressen om je te helpen!”, zegt Els Balkestein (74).
    Het afschuwelijkste was, dat getracht werd de geest geweld aan te doen door mensen te dwingen om te zeggen en te schrijven wat zij niet meenden. Deze poging om tot huichelarij te pressen was het allerverachtelijkst, (…)
  6. figuurlijk (figuurlijk) krachtig tegen zich aandrukken
    ‘Ik wilde juist opstappen,’ zei Preiselbeer tegen de dokter die hem de hand drukte, zoals de mensen altijd doen wanneer ze elkander tevergeefs op deze wijze bevoelen om te weten te komen of zij met een vriend of een vijand te maken hebben. Mij is telkens gebleken dat het handdrukken evenals het schouders omvatten en het monden en borsten tegen elkaar pressen, deel uitmaken van het onderlinge verraad, maar desondanks steeds weer worden toegepast.
  7. sport (sport) een tegenstander voortdurend blijven aanvallen of een hoog speltempo aanhouden met de bedoeling zo fouten af te dwingen waardoor voordeel behaald kan worden
    Jagen en pressen, kleven en schaven, rennen en buitelen. Vechtjas tussen de linies, maar sociaal buiten het stadion.
  8. verouderd, ov (verouderd) (ov) afdwingen of opeisen voor de krijgsmacht
  9. (mensen) tot krijgsdienst dwingen
    Nog eenige eeuwen lang blijft soldaat in hoofdzaak een zelfgekozen beroep en niet een zeer gezien beroep. Geheel vrijwillig was overigens die beroepskeuze lang niet altijd, getuige bij voorbeeld het pressen voor den zeedienst in Engeland.
  10. (dieren, goederen) opeisen voor militair gebruik

Etymologie

*[2], [3] gevormd uit "press"

Uitdrukkingen

  • de voogd pressen