prepareren

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) in gereedheid brengen, voorbereiden
    Hij had de ijkmonsters al geprepareerd en kon nu aan de metingen beginnen.
  2. bewerken
  3. opzetten
  4. klaarmaken voor microscopisch of anatomisch onderzoek

Etymologie

* van het Franse préparer ( )

Vertalingen

Franspréparer