praatpaal
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verkeer) een telefoonpaal langs de snelweg waar men de wegenwacht kan bellen bij pech(1 juli 2017:) Na ruim vijftig jaar trouwe dienst worden vanaf vandaag de 3300 praatpalen in Nederland uit de berm gehaald. [http://nos.nl/artikel/2180835-drugs-aso-s-en-nog-vier-dingen-die-vanaf-vandaag-veranderen.html www.nos.nl]
- (verkeer) een intercompost waar men met het personeel van de brug op afstand mee contact kan maken
- een telefoonpaal waar men met de politie kan bellen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek