praalbed
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- bed waarop belangrijke personen na hun dood worden gelegdNiet alle uitvaarten zijn op de expositie aanwezig. Dat zou misschien voor historici wel aardig zijn, maar het is de vraag of het grote publiek daarop zit te wachten. Aanwezig zijn in elk geval Maurits (1625), Willem IV, in zijn praalbed en met zijn uitvaart (1752, met een bomenhaag voor de Nieuwe Kerk), Anna, dochter van Willem IV (1759, met verlicht grafmonument), Anna Paulowna (1865), de stoet van koningin Sophie (1877), en Hendrik, zoon van Willem II (1879). Reformatorisch Dagblad Tineke Goudriaan 11-10-2002 [https://www.rd.nl/vandaag/koninklijk-huis/delftse-uitvaarten-1.1286708 Delftse uitvaarten]
- een heel mooi, sierlijk bedZora nodigt ons op de koffie in haar Barones 600. Rococo-meubilair, uitgesneden kastjes, voorin een praalbed vol kussen en poppen. Ze slaapt met haar kinderen op de uitgeklapte zitbank, vertelt ze, haar man ligt op de andere bank, “Nee, in dat bed slapen we nooit, dat is te mooi.” NRC Geert Mak 17 mei 1994 [https://www.nrc.nl/nieuws/1994/05/17/modder-in-de-oksel-van-het-klaverblad-7224930-a148153 Modder in de oksel van het klaverblad]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek