port

mannelijk (de)/pɔrt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. (m): en (n): vrachtloon, kosten voor poststukken
    Hij had het port niet betaald.
  2. drinken (m): (drinken) een zoetige wijn, oorspronkelijk uit de streek rond Porto
    Lust je en portje?

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vrachtgeld voor poststukken’ voor het eerst aangetroffen in 1588

Vertalingen

Engelspostage
Spaansfranqueo, vino de Oporto, vino Oporto