populist

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. politiek, scheldwoord (politiek), (scheldwoord) een politicus voor wie de tegenstelling tussen „het volk” en „de elite” leidend is en die beweert voor het volk te spreken
    De politicus werd beschuldigd een populist te zijn toen hij gemaakte afspraken niet waar kon maken.
    Vijftien jaar na het aan de macht komen van een populistische leider valt het bbp per hoofd van de bevolking gemiddeld 10 procent lager uit, vergeleken met een door de onderzoekers bedacht scenario waarin er géén populist had geregeerd. Slechts enkele, onder wie de Boliviaan Evo Morales, deden het bovenmatig goed.[https://www.nrc.nl/nieuws/2024/04/03/een-populist-aan-het-roer-doet-de-economie-geen-goed-zo-blijkt-uit-duits-onderzoek-a4195022 www.nrc.nl (3 apr 2024)]

Etymologie

* Van het Latijnse 'populus', wat "volk" betekent