populisme

onzijdig (het)/ˌpopyˈlɪsmə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. politiek (politiek) politieke stroming die vindt dat een maatschappelijke elite het belang van het volk verwaarloost en een krachtige leider (net zoals bij het fascisme) de eensgezindheid moet herstellen
    Populisme is een dunne ideologie, volgens welke de maatschappij uiteindelijk verdeeld wordt in twee homogene en vijandige kampen – ‘het zuivere volk’ versus ‘de corrupte elite’ – en die stelt dat de politiek een uitdrukking zou moeten zijn van de algemene wil van het volk
    Populisme is een visie op democratie die democratie reduceert tot het volk, dat één en ondeelbaar is en dus vreemde elementen weert. In deze visie zijn diegenen die het volk vertegenwoordigen - een elite dus - bijna per definitie fout. Natuurlijk is ‘het’ volk een constructie. Is de helft plus één volk? Wat is de resterende 49 procent dan?
    In Latijns-Amerika wordt populisme beschouwd als een soort bondgenootschap tussen bepaalde sectoren van verschillende klassen die in sommige opzichten meer gemeenschappelijke dan strijdige belangen hadden.
  2. pejoratief (pejoratief) proberen brede steun te krijgen door kwesties te versimpelen en op gevoelens in te spelen
    De politicus werd beschuldigd van populisme toen hij gemaakte afspraken niet waar kon maken.
    Zelfs gematigde progressieven wensten de beslissing over het al dan niet plaatsen van kruisvluchtwapens in feite niet aan het parlement over te laten: plaatsing zou ‘ondemocratisch’ zijn aangezien ‘het volk’ daar tegen zou zijn. Dit was nogal in strijd met aard en wezen van de representatieve democratie, maar deze opvatting deed vooral geen enkel recht aan het feit dat ‘de politiek’ - lees: Lubbers - zich juist in deze kwestie nogal wat moeite heeft getroost om rekening te houden met de sentimenten die daarover onder grote delen van de bevolking leefden. Hier werd een populisme zichtbaar, dat voor links aantrekkelijk was zolang het in de oppositie was, en zelden veel langer, zoals nog te ervaren zou zijn.
    Iedere vrijdagavond verschijnt de minister-president voor de camera's van de omroep die aan de beurt is en dan wordt hij vrijmoedig ondervraagd door een simpele verslaggever die hem gewoon meneer noemt. Het ijs is gebroken en gesmolten. Voor zover het politieke leven zich in het openbaar afspeelt, gebeurt dat in een wolk van zelfvoldaan populisme.
  3. letterkunde (letterkunde) stroming in de literatuur die op een realistische en positieve manier het leven van mensen met weinig geld beschrijft, vanaf 1929 ontstaan in Frankrijk
    In de keuze van het object vertoont het populisme enige overeenstemming met het naturalisme.
    {{ouds

Etymologie

*[3] van """, in de betekenis van ‘stroming in de Franse literatuur met aandacht voor de lagere volksklasse’ aangetroffen vanaf 1933 (zie vindplaats hieronder)

Vertalingen

Engelspopulism
Franspopulisme
DuitsPopulismus
Spaanspopulismo