poot

mannelijk (de)/pot/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. ledemaat van een dier
  2. been van een meubelstuk
  3. dysfemisme (dysfemisme) hand of voet van een mens
  4. lhbt, dysfemisme (lhbt) (dysfemisme) homoseksuele man
  5. figuurlijk, informeel (figuurlijk) (informeel) deel van een organisatie

Etymologie

**[6] van "poten"

Uitdrukkingen

  • Op poten staanIn een brief nergens omheen praten
  • Op de poot spelenbij de kleinste tegenslag flink tekeergaan/razen
  • Op hoge poten ( of benen) ergens heen gaan
  • Op zijn poten ( of pootjes) terecht komen
  • Op zijn achterste poten staanVreselijk boos worden

Vertalingen

Engelspaw
Franspatte
DuitsPfote
Spaanspata