poot
mannelijk (de)/pot/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- ledemaat van een dier
- been van een meubelstuk
- (dysfemisme) hand of voet van een mens
- (lhbt) (dysfemisme) homoseksuele man
- (figuurlijk) (informeel) deel van een organisatie
Etymologie
**[6] van "poten"
Uitdrukkingen
- Op poten staan — In een brief nergens omheen praten
- Op de poot spelen — bij de kleinste tegenslag flink tekeergaan/razen
- Op hoge poten ( of benen) ergens heen gaan
- Op zijn poten ( of pootjes) terecht komen
- Op zijn achterste poten staan — Vreselijk boos worden
Vertalingen
Engelspaw
Franspatte
DuitsPfote
Spaanspata
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek