polsader
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- pulserend bloedvat dat aan de binnenkant van de pols ligt en waardoorheen zuurstofrijk bloed stroomtVanuit de controlekamer keken bewakers de gang in. Gedetineerden konden vrijwel geen kant op. De bewaking was „totaal”, informeert de tekst op een tafel. Ernaast een ringband met daarin aantekeningen van het personeel. „Ik bemerkte bij mijn controle dat VH 34 III/185 weer in bed lag”, zo valt te lezen. „Aan zijn linkerhand bevond zich in de nabijheid van zijn polsader bloed.” Reformatorisch Dagblad A. de Heer 20-11-2015 [https://www.rd.nl/kerk-religie/terreur-aan-de-andreasstrasse-1.510884 Terreur aan de Andreasstrasse]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek