Pols

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. anatomie (anatomie) het gewricht tussen onderarm en hand
  2. een klopping in de polsslagader, polsslag

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘handgewricht’ voor het eerst aangetroffen in 1265

Vertalingen

Engelswrist
Franspoignet
DuitsHandgelenk
Spaansmuñeca
Italiaanspolso
Poolsnadgarstek