Pols
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (anatomie) het gewricht tussen onderarm en hand
- een klopping in de polsslagader, polsslag
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘handgewricht’ voor het eerst aangetroffen in 1265
Vertalingen
Engelswrist
Franspoignet
DuitsHandgelenk
Spaansmuñeca
Italiaanspolso
Poolsnadgarstek
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek