politiepatrouille

mannelijk/vrouwelijk (de)/poˈli(t)sipaˌtruːjə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. enkele agenten die samen een gebied doorkruisen om het te bewaken of te verkennen
    De inbraak zelf verliep gladjes, maar een politiepatrouille hield de dief twee straten verder aan.