politiepatrouille
mannelijk/vrouwelijk (de)/poˈli(t)sipaˌtruːjə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- enkele agenten die samen een gebied doorkruisen om het te bewaken of te verkennenDe inbraak zelf verliep gladjes, maar een politiepatrouille hield de dief twee straten verder aan.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek