poliep
mannelijk/vrouwelijk (de)/poˈlip/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (dierkunde) benaming voor neteldieren in het stadium waarin ze de vorm hebben van een krans van tentakels rond een mondopening die via een buis aan de voet is verbonden
- (medisch) gezwel (op het slijmvlies)
- (dierkunde) (verouderd) benaming voor koppotige dieren
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans of Latijn, in de betekenis van ‘woekering’ voor het eerst aangetroffen in 1906
Vertalingen
Engelspolyp
Spaanspólipo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek