polis
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈpo.lɪs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- schriftelijke vastlegging van een overeenkomst
- (wetenschap) (geschiedenis) (Griekse) stad
Etymologie
* [2] Wetenschappelijke ontlening uit Oudgrieks πόλις, in de betekenis van ‘stad’ voor het eerst aangetroffen in 1976.
Vertalingen
Engelspolicy
Franspolice
DuitsPolice, Versicherungsschein
Spaanspóliza
Zweedspolis
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek