poeren

/ˈpurə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) peuren, op aal vissen
  2. inerg (inerg) blokken, hard studeren
  3. inerg, figuurlijk, pejoratief (inerg) (figuurlijk) (pejoratief) zich overmatig zonder veel resultaat blijven inspannen
    Ik zou dus zeggen: stop met het woord mantelzorg. Het wordt gebruikt om bezuinigingen op de zorg te maskeren en nog meer zorg af te wentelen op naasten. Stop met poeren in al die gezinnen. Of zeg anders: regel het zelf maar.
  4. ov (ov) drukken, porren, duwen
    Ze kunnen op school met een stokje in hun kont gepoerd worden of maandenlange scheldpartijen te verduren krijgen van wrede klasgenoten.

Etymologie

*verwant aan "peuren", precieze herkomst niet duidelijk