poer

mannelijk/vrouwelijk (de)/pur/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwkunde (bouwkunde) betonnen of bakstenen blok, bedoeld om de krachten uit een bouwwerk over te dragen op de ondergrond (fundering op staal) of op de paalfundering.
  2. lot waarmee Haman bepaalt wanneer de Joden worden omgebracht (Est. 3:7, 9:24, 9:26)
  3. visserij (f) (visserij) type vistuig, met lood verzwaard en veel haakjes, waaraan vaak wormen als aas bevestigd worden
    {{ouds

Etymologie

* [2] Herkomst: Hebreeuws, letterlijk: in het Akkadisch 'lot'