woorden
boek
Start
›
P
›
poeper
poeper
mannelijk (de)
/ˈpupər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
iemand die poept
informeel
(informeel) achterste
Etymologie
* van poepen
Verwante woorden
poep
poepangst
poepangsten
poepbroek
poepbroeken
poepbruin
poepbruine
poepdeftig
poepdeftige
poepdoos
poepdozen
poepen
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← poepende
poeperd →