pluk
mannelijk (de)/plɵk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- uitgetrokken bundeltjeTijdens de vechtpartij verloren beide meisjes een pluk haar.
- het plukkenVaak helpen buitenlanders mee met de pluk van fruit.
Vertalingen
Engelstuft
DuitsBüschel
Spaansrecolección
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek