plombe

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈplɔmbə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gestempeld stukje lood dat door vaste verbinding met een draadje officieel bewijst dat het verbonden voorwerp een bepaalde status heeft
    De zakken met gesorteerde pootaardappelen, die na een laatste keuring worden voorzien van het zo belangrijke controleloodje, de plombe van de NAK, worden geëxporteerd naar alle landen van Europa, het Midden Oosten en zelfs naar Brazilië.
  2. medisch (medisch) vulling van een gat in tand of kies
    Een door cariës ontstaan defect kan wel met een vulling (plombe) worden verholpen, maar de tand blijft verder blootgesteld aan de schadelijke invloed van cariës.
  3. medisch (medisch) opvulling die bij bepaalde operaties in het lichaam wordt ingebracht
    Op de plek van het netvliesscheurtje plaatst de netvlieschirurg vervolgens onder het bandje een extra stukje siliconen (plombe). De plombe drukt het scheurtje van buitenaf dicht.

Etymologie

*[2]: van "plomberen" of van "Plombe"

Uitdrukkingen

  • onder plombe