vulling
vrouwelijk (de)/ˈvʏlɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het materiaal waarmee iets opgevuld isDeze soes heeft een vulling van room met geprakte aardbeien.
Etymologie
* van vullen .
Vertalingen
Engelsburden, charge, load
DuitsFüllung
Spaansfarsa, relleno
Portugeesenchimento
Russischнаполнение
Chinees填充
Poolswypełnienie
Deensfyldning
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek