plofkip
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈplɔfkɪp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (landbouw) kip die in korte tijd zo vetgemest wordt dat hij nauwelijks nog op zijn poten kan staanplofkip is gekozen tot woord van 2012 [http://www.nu.nl/binnenland/2993621/plofkip-woord-van-2012.html www.nu.nl]Ook financierde de bank volgens Wakker Dier de Oekraïense plofkippengigant MHP, die jaarlijks 332 miljoen plofkippen levert, bijna net zoveel kippen als in heel Nederland [https://www.nu.nl/ondernemen/5444216/rabobank-wakker-dier-uitgeroepen-grootste-liegebeest.html www.nu.nl (3 sep 2018)]
- kippenbout waar water in gespoten is
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek