plekken

/ˈplɛkə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) er vlekken op maken
  2. ov (ov) er iets kleverigs op aanbrengen
  3. erga (erga) vlekken gaan vertonen
  4. erga (erga) kleverig worden, kleverig zijn, ergens aan vast blijven zitten
    Deze verstopping ontstaat doordat deeltjes aan de wand van de kransslagader blijven plekken.

Etymologie

* "plek" met de uitgang -en