besmeuren
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (ov) insmeren met iets om vies te makenDe jongens hebben het fietszadel besmeurd met hondenpoep als kwajongensstreek.
Etymologie
*Afgeleid van smeer en
Vertalingen
Engelssmear
Franssouiller
Duitsbeschmutzen
Spaansemporcar, manchar, ensuciar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek