plectrum

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muziek (muziek) het plaatje waarmee de snaren van tokkelinstrumenten kunnen worden aangeslagen
    Een plectrum hoort bij een mandolinespeler zoals de strijkstok bij de violist.

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘citerpen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1832

Vertalingen

Engelsplectrum
Fransplectre, médiator
DuitsPlektrum, Plektron
Italiaansplettro