woorden
boek
Start
›
P
›
plantrekker
plantrekker
mannelijk (de)
/ˈplɑntrɛkər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
(Belgisch) iemand die zich op een of andere wijze steeds uit de slag weet te trekken.
Verwante woorden
plan
plan de campagne
planbaar
planbord
planborden
planbureau
planbureaus
plancapaciteit
planchet
planchets
planchetten
Planciusstraat
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← plantputten
plantrekkers →