plantenkwekerij

vrouwelijk (de)/ˈplɑntə(n)ˌkwekəˌrɛi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. tuinbouw (tuinbouw) plaats waar sierplanten worden geteeld
    De verdere middag werd besteed aan het bezoeken van een druivenkwekerij, het eten van druiven en tot slot een bezoek aan de plantenkwekerij van de firma Vogel.
  2. bedrijf (bedrijf) onderneming die sierplanten teelt
    In 1845 creëerde hij in Luxemburg een eigen plantenkwekerij die enkele jaren later zou verhuizen naar Brussel, eerst naar de Schaarbeeksesteenweg en vervolgens naar de dierentuin in de Leopoldswijk, waarover hij van 1852 tot 1861 de wetenschappelijke leiding had.
  3. bedrijfstak (bedrijfstak) teelt van sierplanten
    BioPro heeft ondertussen diverse potentiële afnemers geworven uit de voedings- en genotmiddelenindustrie, de elektronicawereld en de plantenkwekerij.