planning

vrouwelijk (de)/plɑn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het opstellen van en werken volgens plannen
    Je zult vast obstakels tegenkomen of het eng vinden om daadwerkelijk alleen op reis te gaan, maar dit is met tijd en planning te voorkomen.
  2. uitgewerkt plan van de (deel)werkzaamheden die achtereenvolgens uitgevoerd moeten worden om een werk, project enz. op een bepaald tijdstip te hebben afgerond
    De begeleider let erop dat de student werkt volgens de planning en de afspraken die gemaakt zijn.

Etymologie

*Naamwoord van handeling van plannen .

Vertalingen

Spaansplaneamiento, planificación