plamuur
mannelijk/onzijdig/plaˈmyr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bouwkunde) opdrogende pasta waarmee gaten en oneffenheden in wanden of houten voorwerpen kunnen worden weggewerkt
Etymologie
*: "plamuren" zonder de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek