plamuren

/plaˈmyrə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov, bouwkunde (ov) (bouwkunde) steenachtige, houten of andere ondergronden met plamuur egaliseren of repareren
    Als dat morgen droog is kan ik plamuren en kitten.
  2. ov, figuurlijk, cosmetica, pejoratief (ov) (figuurlijk) (cosmetica) (pejoratief) onvolkomenheden in het gelaat maskeren door smeersels en poeder aan te brengen

Etymologie

*vermoedelijk via Middelnederlands "plamen" "uitvlakken" van "plamer" "ploten" of via Middelnederlands "planen" van "planer" "gladmaken"

Vertalingen

Engelsspackle, fill
Fransenduire
Duitsgrundieren, spachteln
Spaansemplastecer