pingpong
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een klanknabootsend synoniem van tafeltennisWie door de kantoren van LinkedIn en Coolblue loopt, proeft in ieder geval de ontspannen sfeer. Bij Coolblue spreken vier jongens met ernstige gezichten over zaken tussen de Legoblokjes, zo nu en dan bouwend aan een huisje of een hekje. Verderop staan mensen achter arcadekasten te gamen en heerst een geestdrift voor pingpong, die we eigenlijk alleen kennen van Aziatische toernooien. NRC Aukelien Weverling 18 mei 2016
- gesprek of berichtenuitwisseling waarbij de gesprekspartners snel op elkaar reagerenDe serie stond bekend om haar vele kleurrijke karakters, de onophoudelijke stroom popcultuurverwijzingen en bovenal het snelle praten. Scripts waren bijna twee keer zo lang als bij andere shows. Bedenker en schrijver Amy Sherman-Palladino liet, geïnspireerd door filmscènes tussen Katharine Hepburn en Spencer Tracy, haar personages gevat met woorden pingpongen. Zij en haar man Daniel Palladino schreven zes seizoenen. Elk trok meer kijkers dan het vorige. Een gierend succes werd het nooit - op het hoogtepunt trok een aflevering ruim zes miljoen kijkers - maar er was gestaag een trouwe, fanatieke fanbase aangeboord. NRC Peter Zantingh 24 november 2016
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘tafeltennis’ voor het eerst aangetroffen in 1912
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek