pin

mannelijk/vrouwelijk (de)/pɪn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. techniek (techniek) een dun metalen staafje waarmee iets bevestigd kan worden
  2. afkorting (afkorting) pincode, persoonlijk identificatienummer
  3. financieel, economie (financieel), (economie) een betalingssysteem waarbij er met een pinpas en pincode betaald wordt

Etymologie

* [2] afkorting van persoonlijk identificatienummer

Vertalingen

Engelspeg, pin
Franscheville
DuitsBolzen, Stift
Spaansclavija