pin
mannelijk/vrouwelijk (de)/pɪn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (techniek) een dun metalen staafje waarmee iets bevestigd kan worden
- (afkorting) pincode, persoonlijk identificatienummer
- (financieel), (economie) een betalingssysteem waarbij er met een pinpas en pincode betaald wordt
Etymologie
* [2] afkorting van persoonlijk identificatienummer
Vertalingen
Engelspeg, pin
Franscheville
DuitsBolzen, Stift
Spaansclavija
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek