pina colada
mannelijk (de)/ˌpinakoˈlada/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- koele drank met rum, ananassap, gemalen kokosnoot en ijsHet is druk bij het zwembad van het gerenommeerde Hotel Torarica in Paramaribo. De Surinaamse elite en de hotelgasten, voornamelijk uit Nederland en Frans-Guyana, genieten op zonnebedden van een pina colada of drinken kokoswater met een rietje uit een vers gekapte kokosnoot.Even geen drank maar wel zin in een feestelijk drankje, dan is Virgin Pina Colada perfect. ,,Heerlijk voor als je nog moet rijden. Een tropische cocktail met kokosmelk, ananassap, slagroom en vers fruit.
Etymologie
*van "piña colada" "gezeefde ananas"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek